Compagnie werkplaats pantser brigade - The Soldiers of General Maczek

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Compagnie werkplaats pantser brigade

Stalag VI c
De burgerbevolking bij Ter Apel sprak over een Pools krijgsgevangen-kamp bij Oberlangen. Lt Kol Koszutski, de commandant van het 2e Pantserregiment besloot om met een klein detachement op onderzoek te gaan. Tot hun verrassing en vreugde, ontdekte ze dat de gevangenen 1750 vrouwen waren, leden van het Thuis Leger en deelnemers van de opstand van Warschau. De onverwachtse ontmoeting werd zeer emotioneel toen de Poolse vlag werd gehesen en de commandant van het kamp Luitenant Jadwiga Milewska het officieel rapport presenteerde. Vanaf dit ogenblik kwamen de vrouwen en kinderen onder de hoede van de divisie.

In de avond van 18 april veroverde GG1 Rhede na zeer zware gevechten waarbij een Duitse marine-infanteriebataljon volledig werd vernietigd.Vanaf die avond zouden de acties van de 10e brigade in de richting Lathen-Papenburg invloed hebben op de gehele divisie. De verovering van Rhede beëindigde de fase van het afsnijden van Duitse troepen in Nederland van Duitsland zelf. Dit gaf, dat de divisie zich volledig kon concentreren op acties in Duits gebied, op de oostzijde van de Ems. De belangrijkste acties op 18/19 april waren het forceren van een overgang op het Küstenkanaal. Nadat een eerste oversteek op 14 april mislukte, vertraagde Gen Maczek de actie, zodat en voldoende vuurkracht was geconcentreerd, om te kunnen slagen, ten koste van zo min mogelijke hoeveelheid slachtoffers. Een eskadron van het verkenningsregiment zuiverde het gebied bij Walchum en Heede. De 10e brigade hergroepeerde zich ondertussen in voorbereiding van de aanval op het Küstenkanal, welke een der belangrijkste operaties was in deze gevechtsfase. De aanval begon op 19 april om 10.30 met een verwoestend bombardement van artillerie en luchtmacht. De 10e Brigade ( 1e Pantserregiment en 24e Regiment Ulanen, 9e Bataljon Jagers van Vlaanderen en het Bataljon Jagers van Podhale, 1e Zelfstandige Eskadron zware machinegeweren, 10e compagnie Genie, een peloton van 11 compagnie GGD en een eskadron Crocodile tanks) begon hierna met de aanval. De Jagers van het 9e staken over, onder een kort artilleriebombardement, gesteund door een vuurspuwende aanval van de Crocodiles. Ondanks dat een deel van de boten werd vernietigd door mortier en artillerievuur bereikten ze de overkant. De door de Duitsers gevreesde Typhoons maakten een goed gebruik van hun raketten, waarbij ze de oversteek steunden en zo de verdediging onderdrukte, die eerder de oversteek had tegengehouden.

Nadat de Jagers de overkant hadden bereikt, ontplooide ze het bruggenhoofd. De 10e genie begon onmiddellijk met de bouw van een brug, welke in recordtijd was voltooid, zodat de tanks dezelfde dag over konden steken. Diezelfde avond nog veroverde een gevechtseenheid samengesteld uit 1e Tankregiment, twee compagnieën Podhalanen, en een peloton Crocs de bosrand die een basis zouden vormen voor de aanval op Aschendorf de volgende dag. Op 20 april, in de avond valt Aschendorf, en ook Nenndorf en Tunxdorf. De 10e brigade (Bataljon Jagers van Podhale met 24e regiment Ulanen) zitten tegen de zuidelijke buitenwijk van Papenburg; het 1e Pantserregiment met het 9e Bataljon Jagers van Vlaanderen houdt schoonmaak in het gebied Vollener-Fehn en 24e Regiment Ulanen bij Grosse Walderfelde. Het 10e Regiment Jagers te Paard, samen met 8e Bataljon van Brabant beveiligt het gebied Küstenkanaal-Splittingkanaal-Bourgerwaldkanaal. Op 22 april is de 10e Brigadegroep in Ihrhove, Irhen, Kollinghorst-Bakemoor, dezelfde dag zal GG2, nu nog bestaand uit 10e Regiment Dragonders en 2e Pantserregiment samenkomen bij Ter Apel en naar Duitsland gaan om zich bij de 10e brigadegevechtsgroep te voegen.

De doelstelling voor de 10e Brigade voor de volgende dag was om in de vork van de rivieren Ems en Leda het gebied te zuiveren van de vijand en te verkennen voor mogelijke oversteekpunten. De hele regio bij de Leda was een nog moeilijker operationeel gebied. De nabijheid van de zee maakte dat het getij invloed had op de waterstand van Leda en Jume, wat het geheel compliceerde. De genie o.l.v. lt col Dorantt zorgden voor een goede voortgang en de troepen gaven blijk van slimheid om zo de obstakels te overkomen, dat de voortgang der eenheden doorging. 22-28 april volgde de verovering van stad en omgeving Potshausen na een bijzonder zware strijd.
Heiselberg, Scharrel, Hollen en Ramsloh Barsel werden genomen en op 30 april viel de lijn Bokelesch tot het Elisabeth-Fehn kanaal; Loga en Loga-Birnum; Brinkumen Brunn; Stickhausen-Dettern Tussen 30 april en 3 mei werden Nomoor en Filsum, Remels, Grossander veroverd. Op 3 mei Borkel, Moorburg, Westerstede, Felde, Halsbeck. De 4e mei was de laatste dag van gevechten in Noord-Duitsland. De Jagersbrigadegroep opende de weg van Apen naar Westerstede, de 10e Brigadegroep kreeg te maken met hevige Duitse weerstand ten noordwesten van Halsbeck wat in de verdedigingsring van Wilhelmshaven lag. Een eerste poging om met tanks door de verdediging te stoten werd gestopt om de artillerie eenheden kans te geven zich op te stellen. De 10e Bereden Jagers samen met een compagnie 8e Jagers verkenden ten noorden van Halsbeck, maar ze stopten bij Astederfelde door toedoen van hevige Duitse tegenstand rond de ruines. Om 22.15 uur kreeg de divisie de order om alle aanvallende operaties te stoppen. De wapens mochten niet meer vuren om 8.00 uur de volgende dag, daar dan de Duitse capitulatie van de 21e Legergroep frontlijn zou plaatsvinden. Gedurende de gehele nacht bleef de artillerie vuren, doch om 7.59 uur hielden de kanonnen stil. Alle militaire operaties stopten. De Duitse verdediging trok zich terug op het Jadekanaal. De Jagersbrigade ging vooruit op de lijn Apen-Westerloy-Westerstede als divisionele reserve.

De overgave van de Duitse troepen in Ostfriesland vond plaats op het hoofdkwartier van het II Canadian Corps te Bad Zwischenahn. Daar het doel Wilhelmshaven was, kreeg de divisie deze grote Duitse marinebasis als bezettingsgebied. De intocht van de divisie vond plaats op 6 mei 1945. Onder leiding van kol. Grudzinski trokken het 2e Pantserregiment en het 8e Bataljon Jagers van Brabant de stad in alwaar de formele overgave plaatsvond. Wilhelmshaven hing vol met witte lakens. Geen der andere regimenten kreeg toegang tot de havenplaats. Na de intocht en formele overgave van de stad was de buit aan materiaal groot: 3 kruisers: Prinz Eugen, Nürenberg en de beschadigde Köln, een commando schip: de Nyassa, 18 U-boten, 205 kleinere schepen, 18 fortificatie kanonnen, 159 stuks artillerie, 560 zware en 370 lichte machinegeweren, 40.000 geweren, 280.000 stuks art granaten, 64.000.000 granaten voor handwapens, 23.000 handgranaten, vele voorraden mijnen en torpedo’s als ook voorraden voldoende om 50.000 militairen gedurende 3 maanden te voeden. als ook kelders vol Campagne en cognac. In totaal gaven zich over: 2 admiraals, 1 generaal, 1900 officieren en 32.000 manschappen De divisie werd de bezettingsmacht en beveiligde de regio Ostfriesland: Jever, Norden, Aurich, de eilanden Spiekerog en Wangerooge en Wilhelmshaven zelf. De Polen bleven maar enkele weken in de havenplaats. Op 20 mei namen de Canadezen het over en werd het 2e Pantserregiment verplaatst naar Löningen.


 

Commando Afdeling Herstelwerkplaats
VanTot
Majoor Bressel Zygmunt
01-10-194229-10-1943
Majoor Wąsowicz Michał
30-10-194331-08-1945
Majoor Kaszubowski Jan
01-09-194500-00-0000




Company Workshop Armoured Brigade
Compagnie Werkplaats Pantser Brigade
Kompania Warsztatowych Brygady Pancernej



Soldaat
Leon Wiaterek
*(?) (PL)
00-00-1921
†Breda(NL)
00-00-1999
Sergenant
Franciszek Łyskawa
*Gorzykowo(PL)
00-00-1912
†Eindhoven(NL)
00-00-1997
Soldaat 1e klas
Emil Wolf
*(?) (PL)
00-00-0000
†(?) (?)
00-00-0000
Soldaat
Jozef Migdal
*Dunlo PA(USA)
10-11-1911
†Stekene(BE)
01-04-2001











 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu