Capitulatie Duitsers - The Soldiers of General Maczek

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Capitulatie Duitsers

POOLSE BEVRIJDERS VAN NEDERLAND EN BELGIË

Hoe zat dat nou met die Poolse bevrijders?
We hebben het allemaal wel al eens gehoord. Saint-Omer, Ieper, Roeselare, Gent, Lokeren, Sint-Niklaas, Breda, Oosterhout, ze werden op het einde van de Tweede Wereldoorlog allemaal bevrijd door de Polen. Maar wie waren die Polen nou? Waar kwamen ze vandaan. En vooral waarom kwamen ze uitgerekend onze gebieden bevrijden?

Het begon in Gdansk
Op 1 september 1939 vielen de Duitsers Polen aan bij het schiereiland Westerplatte, net ten oosten van Gdansk. Al snel verklaarden Frankrijk en Engeland de oorlog aan Duitsland en daarmee was Wereldoorlog II een jammerlijk feit. Ergens in dat grote land was een zekere soldaat, met de naam Stanislaw Maczek. Hij was geboren in 1892 in Szczerzec, dat nu in Oekraïne ligt. Hij diende in het Oostenrijkse leger en na de val van Oostenrijk-Hongarije werd hij soldaat in het Poolse leger. In 1918 was de Poolse Republiek ontstaan. In 1939 vocht hij als commandant van de 10de Cavaleriebrigade tegen de Duitse invallers in Zuid-Polen. Door de Russische inval zat zijn leger gedrongen tussen vijandige legers in en het trok zich terug naar Hongarije, waar het werd ontwapend en geïnterneerd. Ongeveer 1500 man kon ontkomen of ontsnappen en via Joegoslavië en Italië kwamen ze terecht in Frankrijk.

Een Pools leger in het buitenland
In Frankrijk verbleef ook de Poolse regering in ballingschap, die al snel een nieuw leger opstartte, een leger van Poolse immigranten en ontsnapte soldaten uit Polen: goed voor 80.000 manschappen, waaronder ook een duizendtal Belgische Polen. Na vele omzwervingen kwamen vele soldaten via Frankrijk terecht in Schotland, waar de eerste Poolse Pantserdivisie werd opgericht in 1942. Sikorski gaf daartoe de impuls, Maczek werd Brigadegeneraal. 16.000 man werd getraind en eind juli, begin augustus 1944 werden ze aan land gebracht in Arromnaches en Courseulles, 2 maanden na de eerste landing van de geallieerden. Dit was voor de Polen het begin van de 1800 km lange terugtocht naar hun vaderland. Of dat dachten ze toch.

1800 km successen
Hun eerste groot succes was de slag bij Chambois en Mont-Ormel midden augustus, waar ze Amerikaanse en Canadese legers kunnen helpen bij een omsingeling van het Duitse leger. De Duitsers lijden hier hun grootste nederlaag sinds Stalingrad met 10.000 doden en 50.000 gevangenen. Vanaf dan achtervolgt het Poolse leger de terugtrekkende Duitsers en bevrijden heel wat Noord-Franse steden. Op 6 september gaan ze de grens over en bevrijden ze Westouter, Popering en Ieper. Op 7 september volgen Hooglede en Roeselare, op 8 september Tielt en na een hevig gevecht Ruiselede. Op 9 september volgt Aalter en op 11 september lossen de Poolse troepen de Britse af in Gent. Daarna volgen Sint-Niklaas, Beveren en Axel. Er werd nog gevochten ten oosten van Antwerpen en tenslotte werd na vier dagen hevig vechten ook Breda veroverd. Daar sloegen ze hun winterkwatier op en bewaakten een sector tot aan de Maas.Toen tenslotte het Duitse leger zich overgaf en de orlog beëindigd, leek hun terugweg gevrijwaard. Maar dat was buiten de Conferentie van Yalta gerekend.

Domper op de vreugde
Polen en een heel groot deel van Centraal-Europa werd in handen van Rusland gegeven, waardoor de alom gevierde bevrijders na hun zware offers en omzwervingen plots toch soldaten/burgers in ballingschap bleken te zijn. Terugkeren naar een bezet land, ditmaal door het communistische bewind van Rusland was voor velen geen optie. Vele soldaten hadden door de oorlog en door deportaties van hun familie naar Siberië ook plots niemand meer om naar terug te keren.

De oorlog eindigde voor Maczek op 6 mei 1945 met de inname van Wilhelmshaven wanneer hij de capitulatie in ontvangst nam van een groot deel van de Kriegsmarine en 10 Duitse infanteriedivisies.

Wat gebeurde er met generaal Maczek?
Maczek ging naar Edinburgh en werkte er als barman. Zijn Pools staatsburgerschap werd hem ontnomen, maar dat werd na de val van de Berlijnse muur hersteld. Hij werd luitenant-generaal van het Poolse leger en op zijn honderdste verjaardag kreeg hij de grootste Poolse onderscheiding: de Orde van de Witte Adelaar. Hij stierf op 102-jarige leeftijd en werd begraven tussen strijdmakkers in Breda.

 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu